In dit blog lees je meer over Keti Koti, de Surinaamse gedenkdag die elk jaar op 1 juli wordt gevierd. Ook lees je meer over hoe de voeding van slaafgemaakten in Suriname in de koloniale tijd eruit zag.

 

Keti Koti betekent verbroken ketenen

Keti Koti is een Surinaams begrip dat de afschaffing van de slavernij symboliseert. Het is een belangrijke Surinaamse gedenkdag waarbij de afschaffing van de slavernij herdacht en gevierd wordt. Ook in Nederland wordt deze dag beleefd door nazaten en sympathisanten. Ieder jaar vindt Keti Koti op 1 juli plaats.

 

Oorsprong van Keti Koti

Het Koninkrijk der Nederlanden voerde op 1 juli 1863 de zogeheten Emancipatiewet in. Daardoor werd de slavernij in zowel Suriname als op de Nederlandse Antillen definitief afgeschaft. Dat had tot gevolg dat er meer dan 45.000 slaafgemaakten vrijkwamen waarvan het overgrote deel in Suriname.

 

Sinds dat jaar wordt jaarlijks op 1 juli de afschaffing van de slavernij herdacht. Wist je trouwens dat Keti Koti in het Scranantongo letterlijk ‘Ketenen Gebroken’ betekent? In Suriname zelf heet deze dag officieel ‘Dag der Vrijheden’.

 

Voeding van slaafgemaakten in Suriname

In 1759 geeft de koloniale overheid in Suriname een reglement uit waarin precies staat waaraan de planters (de eigenaren van de slaafgemaakten) zich moeten houden. Hoe hard mogen zij hun slaafgemaakten laten werken? Wat mogen de slaafgemaakten wel of niet? En hoe hard mogen zij gestraft worden? Het staat er allemaal in.

 

De ‘kost’ van de slaafgemaakten – dus wat zij te eten krijgen – is ook een belangrijk onderdeel van het reglement. Hier wordt ruim aandacht aan besteed. Het wordt zelfs omschreven als de belangrijkste zorg van de planter. De ‘slaaven kost’ is ‘de ziel van een plantagie’. En dat is logisch dat het zo omschreven wordt. Eten is de brandstof die de slaafgemaakten nodig hebben om harde arbeid te kunnen verrichten.

 

Zonder sterke werkkrachten, zijn de plantages niets waard. Ze kunnen dan geen koffie of suiker produceren. De slaafgemaakten worden op de plantages als sterke werkkrachten ingezet. Om hard te kunnen werken, moeten zij voldoende fit zijn en voldoende energie binnenkrijgen. Dan moeten zij dus voldoende eten. Daarnaast is er ook de angst dat de slaafgemaakten in opstand komen wanneer zij onvoldoende te eten krijgen. En dat willen de planters natuurlijk helemaal voorkomen!

 

De meeste slaafgemaakten in Suriname werken op de plantages. Heel erg veelzijdig is het eten dat zij daar krijgen niet. Ze krijgen vooral te eten van de gewassen die op de plantages zelf groeien. Voorbeelden daarvan zijn bakbananen, cassave of tayer. Tegenwoordig kun je deze ingrediënten makkelijk in de toko of op de markt kopen. Zeker in de grote steden zoals in Rotterdam.

 

De slaafgemaakten krijgen af en toe ook iets extra’s. Maar dat maakt het nog steeds een vrij karig menu. Een extraatje dat de slaafgemaakten dan krijgen is bijvoorbeeld bakkeljauw, een gedroogde vis die tegenwoordig ook makkelijk verkrijgbaar is op de markt of in de toko.

 

Jaren later wordt het menu van de slaafgemaakten minder karig. Ook dit werd vanuit het reglement geregeld. Maar minder karig is nog steeds onder de maat. Het eten bevat vooral te weinig eiwitten, vetten en vitaminen.

 

Er is wel vee aanwezig op de plantages, zoals koeien en schapen, maar het vlees of de zuivel die dit oplevert is zelden voor de slaafgemaakten. Wel krijgen ze regelmatig een rantsoen ‘dram’. Dit is een sterke drank gemaakt van suikerriet.

 

De slavernij werd afgeschaft in 1863. Pas tientallen jaren voor de afschaffing van de slavernij kregen de slaafgemaakten meer rantsoen. Dit werd ‘lotsverbetering’ genoemd. Het hoofdvoedsel bestond nog steeds uit bakbanaan, maar zij kregen ook meer rijst, bakkeljauw en zelfs haring. Een stuk minder karig, maar nog steeds niet volledig qua voedingsstoffen.

 

Zelfvoorziening met kostgrondjes

De slaafgemaakten komen zelden in opstand vanwege hun karige rantsoen. Dat komt omdat ze het voedsel dat ze eten, voornamelijk zelf produceren. Ze doen dit op stukken land die minder onder toezicht staan van de planter. Ook hebben ze eigen ‘kostgrondjes’. Daar verbouwen ze andere gewassen op dan de gewassen die op de plantage te vinden zijn. Denk aan gewassen als ‘koorn’ (mais), yams en zoete aardappelen. Enkelen van hen hebben ook kippen die ze houden voor de eieren. Soms ook voor het vlees.

 

De slaafgemaakten jagen en vissen ook regelmatig. De plantages zijn omgeven door slootjes die uitmonden in grote rivieren. Met zelfgemaakte visnetten en de vishaken die ze standaard bij hun ‘uitdelingen’ krijgen vissen ze in de sloten. En met wildstrikken jagen ze op het wild. Op die manier krijgen ze meer eiwitten en vetten binnen.

 

Op de suikerplantages wordt de suikerriet gemalen waarna er melassestroop van gemaakt wordt. Dit is heel voedzaam, dus het zou best kunnen dat de slaafgemaakten stiekem ‘snoepen’ van de stroop.

 

Tijdens de uitdelingen krijgen de slaafgemaakten ook tabak. Dat is dan ook de reden dat er op veel oude tekeningen uit de tijd mannelijke en vrouwelijke slaafgemaakten regelmatig pijprokend staan afgebeeld.

 

Als de slaafgemaakten niet op de plantage werken, werken ze op hun eigen kostgrondjes. In hun ‘vrije tijd’ zeg maar. Echt vrij waren ze natuurlijk nooit. Het ‘vrijaf’ geven van de slaafgemaakten is eigenlijk gewoon noodzakelijk. Zo kunnen ze zichzelf in leven houden. Door de extra voeding die ze verbouwen naast hun normale rantsoen, zijn ze in staat om te werken en komen ze niet in opstand vanwege de honger. Desondanks kunnen de slaafgemaakten door deze kostgrondjes zichzelf in een betere conditie houden.

 

Schoon drinkwater

Het is waarschijnlijk een stuk lastiger om aan schoon drinkwater te komen.  Er is veel water voorhandig rondom de plantages. Maar zeker stroomafwaarts is het water sterk vervuild. Door regenwater op te vangen in tonnen en putten te slaan in de zanderige grond kunnen ze beter aan schoon water komen. Toch is het water regelmatig brak of besmet. Zeker in droge periodes. Hierdoor worden de slaafgemaakten regelmatig ziek.

 

Herkenning anno 1 juli 2019

In een toekomstig blog sta ik stil bij het voedsel en de dieetpatronen uit het koloniale tijdperk en de invloed op meerdere raakvlakken in onze hedendaagse samenleving.

 

Bron: https://www.slavernijenjij.nl/leven-in-slavernij/subthema/

Aanbevolen: https://bukubooks.wordpress.com/food/

Gedeeld